Jan Wilslezing 2026 door Maarten Hajer
Wanneer: Dinsdag 20 januari 2026 van 19:00 tot 22:00 uur.
Kunnen we samen vormgeven aan de toekomst van Nederland? Terugblik Jan Wilslezing 2026: ontwerp en verbeelding als handelingsperspectief

Beeld: Maarten Hajer
Maarten Hajer wijdde de 26e Jan Wilslezing aan de vraag hoe we ons kunnen verhouden tot grote ruimtelijke en wereldomvattende veranderingen zoals klimaatverandering. Centraal stond het belang van het gezamenlijk vooruitdenken in wensbeelden, in plaats van de inmiddels bekende doemscenario’s. Tijdens zijn lezing daagde hij ons uit om deze captured futures los te laten en met een nieuwe blik naar de toekomst te kijken. Zijn stelling: het moet anders, maar het kan ook anders.
Hajer’s verhaal werd ingeleid door Freek Schmidt, die het denken over toekomstscenario’s in een historische context plaatste. Hoe ging men in het verleden om met de onzekerheden van wat er komen gaat, welke doemscenario’s en welk verleidelijk vooruitgangsdenken is de revue gepasseerd?
Bij het nagesprek met de zaal was de centrale vraag: wat betekent Hajer’s manier van denken en zijn oproep om ook de samenleving veel actiever bij het nadenken over de toekomst te betrekken voor ontwerpers, stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten en andere adviseurs, en hoe kan dit hun werk concreet beïnvloeden? Wat daarvan doet MOOI Noord-Holland al, en wat kan er beter, of rijker?
Soft spaces
In zijn bijdrage ging Hajer onder meer in op hoe we de relatie tussen burger en overheid herijken (nee, niet herstellen), hoe een positief toekomstbeeld noodzakelijk is en er een onmisbare taak ligt in het lokaal samenkomen om het gesprek met de samenleving te faciliteren. Er zouden soft spaces gecreëerd moeten worden om met elkaar het gesprek te blijven voeren. Ontwerp en kunst kunnen een belangrijke rol spelen in het bespreekbaar en voorstelbaar maken van de impact van complexe opgaven. Niet door te wijzen op wat er misgaat of mis kan gaan, maar door andere vragen te stellen: waar komen onze beelden voor de toekomst vandaan? Hoe gaan we om met een land in verandering? En hoe gaan we de toekomst van Nederland vormgeven?
Daarbij stelde Hajer dat toekomstdenken nooit losstaat van het verleden: ‘Wie een sprong wil doen naar de toekomst moet een aanloop nemen vanuit het verleden.’ Deze gedachte benadrukt het belang van historisch besef en collectieve ervaring bij het verbeelden van wat komt.
In zijn vragen en benadering benadrukt Hajer dat het gaat om het samen doen en de samenleving een stem geven in het verbeelden van de toekomst. Hij verwijst naar het proefschrift van Bronsvoort waarin gesteld wordt dat het probleem niet ligt bij onwil van burgers om te participeren, maar dat het vaak stroef loopt door de manier waarop deze ontmoetingen worden vormgegeven. Ook noemt hij het project Nederland Verbeeld(t) dat uitmondt in een documentaire over hoe Nederlanders samen zoeken naar een toekomstbestendig Nederland. Deze documentaire is vooral bedoeld als een uitnodiging voor een gesprek. Hajer pleit voor een positieve, uitnodigende houding in het omgaan met ruimtelijke ontwikkelingen.
Ook klimaatverandering vormde een belangrijk onderdeel van de lezing, maar vanuit een handelingsgerichte invalshoek. Niet door het herhalen van urgente waarschuwingen, maar door ontwerpers en adviseurs te laten onderzoeken wat zij concreet kunnen doen en wat hier de gevolgen van zijn. Welke keuzes kunnen zichtbaar worden gemaakt? En hoe blijft het gesprek constructief, zonder te vervallen in een moraliserende toon? Wat helpt verder?
Wat betekent dit voor adviseurs?
Voor adviseurs omgevingskwaliteit biedt de lezing vooral een uitnodiging tot reflectie op hun eigen rol. Ontwerp kan worden ingezet als middel om maatschappelijke opgaven te verkennen, te verbeelden en bespreekbaar te maken – met bestuurders, ambtenaren en bewoners. Door te werken met beelden, scenario’s en verhalen ontstaat ruimte voor dialoog en afweging.
Daarnaast nodigt deze manier van denken uit om bewust op zoek te gaan naar het gesprek en een positief toekomstbeeld in plaats van uitsluitend uit te gaan van probleemanalyses. ‘Adviseurs zijn soft spaces.’
Maarten Hajer is faculteitshoogleraar Urban Futures & Futuring aan de faculteit Geowetenschappen en directeur van de Urban Futures Studio van de Universiteit Utrecht. Hij was de eerste directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving en hij is actief als curator van tentoonstellingen zoals Places of Hope in 2018. Een van de thema’s in zijn werk is het belang van verbeeldingskracht voor de toekomst van Nederland.
Freek Schmidt is Hoogleraar Geschiedenis van de Architectuur en de Leefomgeving, adviseur ruimtelijke kwaliteit in Amsterdam en bestuurslid van MOOI Noord-Holland.



